ECLI:NL:RBDHA:2017:10573
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. van Rij
- M.A. Dirks
- M.C.J.A. Huijgens
- Rechtspraak.nl
Overgangsregeling bijtelling privégebruik auto niet in strijd met gelijkheidsbeginsel en eigendomsrecht
Eiser, werkzaam bij een werkgever die hem een bestelauto ter beschikking stelde, maakte bezwaar tegen de loonheffing die gebaseerd was op een forfaitaire bijtelling van 25% voor privégebruik van deze auto, omdat nieuwere auto's een lager bijtellingspercentage van 22% kennen. Hij stelde dat deze overgangsregeling een ongeoorloofde ongelijke behandeling en inbreuk op het eigendomsrecht inhoudt.
De rechtbank overwoog dat het gelijkheidsbeginsel niet elke ongelijke behandeling verbiedt, maar alleen die zonder objectieve en redelijke rechtvaardiging. De wetgever heeft ruime beoordelingsvrijheid, zeker op fiscaal terrein, en het onderscheid op basis van de datum eerste toelating van de auto is gerechtvaardigd door verschillen in CO2-uitstoot en brandstofverbruik.
Verder is de overgangsregeling gebaseerd op een wettelijke grondslag die voldoende toegankelijk en voorzienbaar is. De rechtbank oordeelde dat er een redelijke balans is tussen het algemeen belang en de bescherming van individuele rechten, en dat eiser geen individuele en buitensporige last heeft aangetoond.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen reden voor prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van de overgangsregeling in de Wet op de loonbelasting 1964.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de overgangsregeling bij de bijtelling privégebruik auto.