ECLI:NL:RBDHA:2017:10297
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering asielaanvraag op grond van Dublinverordening en verantwoordelijkheid Italië
Eiser, een Gambiaanse staatsburger, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag. Nederland heeft een verzoek tot terugname aan Italië gedaan, dat is geaccepteerd.
Eiser betoogt dat de opvangomstandigheden in Italië ontoereikend zijn en dat hij een reëel risico loopt op onmenselijke of vernederende behandeling. Hij verwijst naar rapporten en eerdere uitspraken die tekortkomingen in de opvang van asielzoekers in Italië aantonen, met name voor gezinnen met minderjarige kinderen. Eiser stelt ook dat hij geen adequate rechtsmiddelen heeft in Italië.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Italië zijn internationale verplichtingen jegens hem niet nakomt. De aangehaalde rapporten betreffen vooral gezinnen en zijn niet relevant voor eiser als alleenstaande man. Zijn eigen ervaring met het indienen van een klacht en het ontvangen van een kacheltje wijst niet op ontoereikende opvang. De rechtbank volgt de staatssecretaris in zijn standpunt dat er geen reden is om af te wijken van de Dublinverordening.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling en de opvangomstandigheden geen uitzondering rechtvaardigen.