ECLI:NL:RBDHA:2016:9763
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Litouwen
Eiser, een Georgische staatsburger, diende op 11 mei 2016 een asielaanvraag in in Nederland. Verweerder besloot de aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Litouwen verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling op grond van de Dublinverordening, mede gebaseerd op het feit dat Litouwen een visum aan eiser had verstrekt en akkoord was gegaan met het overnameverzoek.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer op Litouwen van toepassing zou zijn vanwege het risico op indirect refoulement, onderbouwd met een rapport van het US Department of State over het beleid van Litouwen jegens asielzoekers uit veilige landen van doorreis. De rechtbank oordeelde echter dat dit rapport geen concreet risico op indirect refoulement voor eiser aantoonde en dat Litouwen expliciet had gegarandeerd de asielaanvraag van eiser conform de Dublinverordening te behandelen.
Verder stelde de rechtbank vast dat eiser niet via een doorreisland Litouwen was binnengekomen en dat hij een permanente verblijfsvergunning voor Oekraïne had, waardoor de passage uit het rapport niet op hem van toepassing was. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het interstatelijk vertrouwensbeginsel kon toepassen en wees het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.