Uitspraak
Omgang
Beschikking op het op 3 mei 2016 ingekomen verzoek van:
[de grootmoeder] ,
beiden wonende te [woonplaats] ,
[de vader] ,
hierna gezamenlijk aangeduid als de ouders,
Procedure
- het verzoekschrift;
- verweerschrift.
Verzoek en verweer
Feiten
- De vader is de (biologische en juridische) vader van de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] . De grootouders zijn de ouders van de vader.
- De destijds met de vader gehuwde moeder van de minderjarige is, toen de minderjarige ongeveer zestien maanden oud was, door de politie aangehouden wegens een drugsdelict. Zij is daarna niet meer bij de verzorging en opvoeding van de minderjarige betrokken geweest. De minderjarige heeft toen een aantal maanden bij de grootouders verbleven, die hem verzorgden en opvoedden, terwijl de vader in [plaats] werkte en in de weekends ook bij de grootouders was.
- Bij beschikking van de kinderrechter te [plaats] van 1 april 2004 is de minderjarige onder toezicht gesteld, welke ondertoezichtstelling heeft voortgeduurd tot 1 april 2007. De minderjarige was blijkens het uittreksel uit het gezagsregister in ieder geval in het laatste jaar van de ondertoezichtstelling uithuisgeplaatst in het gezin van de vader.
- In mei 2004 is een verzoek van de vader om te worden belast met het ouderlijk gezag afgewezen. Bij beschikking van de kantonrechter te [plaats] van 27 november 2006 is de vader belast met het ouderlijk gezag.
- De minderjarige is een aantal malen met de vader verhuisd in verband met samenwoning van vader met een nieuwe partner.
- Tot de minderjarige ongeveer zes jaar oud was heeft hij geregeld (zomer)vakanties en weekenden bij de grootouders doorgebracht. Daarna is de relatie tussen de vader en de grootouders verslechterd en is het contact tussen de minderjarige en de grootouders ongeveer 4,5 jaar verbroken geweest.
- Daarna is het contact enigszins hersteld en heeft de minderjarige in de zomervakantie 2014 drie weken bij de grootouders gelogeerd. Vervolgens is het contact opnieuw verbroken.
- Op 1 oktober 2014 is de vader gehuwd met de stiefmoeder, die bij beschikking van deze rechtbank van 6 oktober 2015 samen met de vader met het gezamenlijk gezag over de minderjarige is belast.
- De minderjarige woont thans in een leefgroep van [naam groep] te [plaats] , waar hij eenmaal per vier weken door (de vader of) de ouders wordt bezocht.
- In juni 2015 heeft de minderjarige via Facebook contact gezocht met de grootouders. In de kerstvakantie 2015 is hij een aantal malen buiten medeweten van de vader bij de grootouders op bezoek geweest.
Beoordeling
“Ik heb het met een leiding hier er over gehad dat ik het graag wilde hebben uit gepraat, omdat ik jullie ook wilde zien en ik het zo ook niet meer verder wil laten gaan en ik wil ook niet dat het weer zolang gaat duren voordat er weer contact komt”(11 juni 2015);
Omdat de ouders niet ter terechtzitting zijn verschenen, heeft de rechtbank niet met partijen kunnen spreken over een minnelijke oplossing of over mogelijkheden om de band tussen de ouders en de grootouders zodanig te normaliseren dat de minderjarige daar geen last van heeft, zoals nu mogelijk wel het geval is, bij voorbeeld door mediation onder leiding van een mediator met kennis van gezinssystemen. De rechtbank is daarom van oordeel dat een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming geïndiceerd is.
Beslissing
[nummer] (advocaat grootouders) en [nummer] (advocaat ouders);
houdt de behandeling aan tot 1 maart 2017 pro forma;
ten aanzien van de verzochte omgangsregelingaan.