Uitspraak
Voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv Pro
Beschikking op het op 6 november 2015 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
[de vrouw] ,
Procedure
Verzoek en verweer
Feiten
Beoordeling
mitser voldoende samenhang is met de hoofdzaak.
Rechtbank Den Haag
Partijen zijn gescheiden en hebben drie minderjarige kinderen. De man is verplicht kinderalimentatie te betalen aan de vrouw, vastgesteld bij eerdere beschikking en convenant. De vrouw legde executoriaal beslag op huurpenningen van een woning die aan de man is toegewezen.
De man verzocht de rechtbank om voorlopige voorzieningen: opheffing van het beslag en schorsing van de alimentatiebetalingen, stellende dat hij financieel niet meer in staat is aan zijn verplichtingen te voldoen. De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd is over beide verzoeken te beslissen gezien de samenhang met de hoofdzaak.
De rechtbank concludeerde dat de man onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in een financiële noodsituatie verkeert die het beslag onaanvaardbaar maakt. De vrouw heeft een redelijk belang bij executie van de alimentatie, die bestemd is voor de kosten van de kinderen.
De man stelde dat zijn inkomen door de economische crisis is gedaald en dat de alimentatie overeenkomstig gewijzigd moet worden, maar dit verweer was onvoldoende onderbouwd voor een voorlopige voorziening. De rechtbank wees de verzoeken af en bepaalde dat de man de hoofdzaak moet afwachten.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing executoriaal beslag en schorsing kinderalimentatiebetaling wordt afgewezen wegens onvoldoende financiële noodsituatie man.