Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
de termijnvan deze zaken tevens op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000
zal wordenverlengd. Dat impliceert naar het oordeel van de rechtbank dat de beslistermijn van deze categorie zaken niet met het besluit is verlengd en dat verweerder voor aanvragen van voor 11 februari 2016 aan de bevoegdheid tot verlenging invulling geeft door op individueel niveau te beoordelen of de termijn moet worden verlengd. Uit artikel 3.120 van het Vb 2000 volgt dan dat de aanvrager over die verlenging schriftelijk wordt geïnformeerd. Steun voor haar oordeel vindt de rechtbank in de handelwijze van verweerder in een aantal zaken, ook die van eiser, die eruit bestaat dat de aanvrager schriftelijk wordt geïnformeerd over de verlenging van de beslistermijn met negen maanden. Verweerder heeft ter zitting gesteld dat individuele beoordeling en individuele kennisgeving nadrukkelijk niet is beoogd. Daargelaten dat dit door verweerder niet nader is onderbouwd, volgt uit de tekst die in de WBV is opgenomen en uit de handelwijze van verweerder iets anders.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- draagt verweerder op alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken binnen 3 maanden na de dag waarop de uitspraak is verzonden;
- stelt vast dat verweerder als gevolg van het niet tijdig beslissen op de aanvraag een dwangsom als bedoeld in artikel 4:17 van Pro de Awb heeft verbeurd van in totaal
- bepaalt dat verweerder een aan eiser te betalen dwangsom van € 100,00 verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,00;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van het geding tot een bedrag van