Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.[verzoeker sub 1],
1.De procedure
- het op 20 mei 2015 ingekomen verzoekschrift,
- het op 1 december 2015 ingekomen verweerschrift.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een geschil tussen voormalige bestuurders en aandeelhouders van een vennootschap in liquidatie. Verzoekers stelden dat de vereffenaars onvoldoende onderzoek hadden gedaan naar vermeende onttrekkingen door een van de aandeelhouders en andere onrechtmatigheden in het liquidatieproces.
De rechtbank oordeelde dat het verzet tijdig was ingediend maar dat de vereffenaars een ruime beoordelingsmarge hebben bij het bepalen of en hoe vorderingen worden ingesteld. Gezien het ontbreken van een adequate administratie en de hoge kosten van nader onderzoek, was het niet redelijk om een forensisch onderzoek te verrichten.
Ook de toewijzing van omzet en zakelijke kosten werd door de rechtbank niet onrechtmatig bevonden. Het verzoek werd afgewezen en de verzoekers werden veroordeeld in de proceskosten. De beslissing bevestigt de discretionaire bevoegdheid van vereffenaars bij de afwikkeling van een liquidatie.
Uitkomst: Het verzet tegen het plan van verdeling wordt afgewezen en verzoekers worden veroordeeld in de proceskosten.