Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid A.D. Boekholt B.V .,
,
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Electro Stokvis B.V .,
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Elsto Controls B.V . ,
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het verweer en de tegenverzoeken
5.De beoordeling
Het begrip “belanghebbende” is geïntroduceerd bij de wet van 1 april 1990 (Stb. 1990,91). Daarvoor bepaalde het eerste lid van art. 36 WOR Pro dat – uitsluitend – iedere in een onderneming werkzame kiesgerechtigde persoon en betrokken vakorganisatie zich ter zake de naleving tot de rechter kon wenden. Omdat reglementen van een OR, GOR of COR als gevolg van genoemde wet van 1 april 1990 geen preventieve goedkeuring meer behoefden, diende de kring van gerechtigden tot een nalevingsverzoek te worden uitgebreid met de ondernemer en de ondernemingsraad. In de MvT op het aan deze wetswijziging ten grondslag liggende wetsvoorstel 20 583 is vermeld dat deze uitbreiding om wetstechnische redenen is gerealiseerd met de introductie van het begrip “belanghebbende”. Het was echter niet de bedoeling de uitbreiding van de kring van gerechtigden te beperken tot de ondernemer en de ondernemingsraad. In de MvA (TK 1988-1989, 20583, nr. 6, p. 28) is duidelijk gemaakt dat het begrip “belanghebbende” flexibel is en dat het aan de rechter is dit begrip in te vullen:
- de bedrijfsactiviteiten van A.D. Boekholt B.V. in Groningen zijn gestaakt en er is geen concreet uitzicht op voortzetting van deze bedrijfsactiviteiten;
- [eiser] stelt dat de onderneming van A.D. Boekholt B.V. is overgenomen door een ander deel van de Stokvisgroep en dat het er daarom voor moet worden gehouden dat hij bij deze overnemende partij in dienst is. Naar het oordeel van de kantonrechter voeren verweerders terecht aan dat hiervan niet of onvoldoende is gebleken, gelet op onder meer de aard van de onderneming, het feit dat de materiele en immateriële activa en personeel niet is overgegaan. Voorts is in dit verband van belang dat er geen sprake is van behoud van identiteit;
- bij de door Boekholt c.s. overgelegde stukken bevindt zich correspondentie waaruit is op te maken dat tussen partijen overleg is geweest over verrichten van werkzaamheden van [eiser] in (de regio) Voorhout, maar van daadwerkelijke werkhervatting is het nog niet gekomen. Naar uit de correspondentie is op te maken speelt hier met name de geografische afstand tussen de woonplaats van [eiser] in Groningen en de werkplek in Voorhout een belangrijke rol. Boekholt c.s. hebben ter zitting de verwachting uitgesproken dat het er niet van zal komen dat [eiser] daadwerkelijk zijn werkzaamheden bij één van verweerders zal hervatten, welke stelling door [eiser] niet is bestreden. Het moet er dus voor worden gehouden dat [eiser] verzoekt om Boekholt c.s. te verplichten een gemeenschappelijke OR c.a. in te stellen terwijl hijzelf niet meer daadwerkelijk bij één van de bedrijven van verweerders zal werken;
- in lijn met hetgeen hiervoor is opgemerkt kent de kantonrechter tenslotte gewicht toe aan de niet door [eiser] bestreden stelling van Boekholt c.s. dat de medezeggenschap bij verweerder sub 2 en 3 naar tevredenheid van de betrokken personeelsleden is geregeld en er tot nu toe geen enkel signaal is dat men dit anders wil. Boekholt c.s. hebben aangevoerd dat binnen beide ondernemingen ten minste twee maal per jaar een personeelsvergadering wordt belegd. Bij deze stand van zaken zou toewijzing van het verzoek van [eiser] ertoe leiden dat Boekholt c.s. verplicht worden tot de instelling van een medezeggenschapsorgaan waar - buiten [eiser] - niemand op de betreffende werkvloeren om heeft gevraagd of tot nu toe bij betrokken is geweest.