Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Eligibility Guidelinesvan de UNHCR van 19 april 2016.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een Afghaanse asielzoeker die zich bekeerd verklaarde tot het christendom en een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd had aangevraagd. Ondanks eerdere afwijzingen toetste de rechtbank het bestreden besluit volledig aan de hand van de beroepsgronden, conform een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De asielzoeker stelde dat hij vanwege zijn bekering en de aanhoudende problemen in Afghanistan recht had op bescherming. De staatssecretaris achtte zijn bekering en de aanhoudende problemen ongeloofwaardig en wees de aanvraag af, met een inreisverbod van twee jaar. De rechtbank overwoog dat de asielzoeker onvoldoende basale kennis van het christendom had, hetgeen niet strookte met zijn verklaringen over jarenlange interesse en bijbelstudie. Ook ontbraken bewijsstukken van kerkgang.
Verder oordeelde de rechtbank dat het inreisverbod niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro, ondanks de relatie van eiser met een partner in Nederland. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de bekering en bevestigt het opgelegde inreisverbod.