ECLI:NL:RBDHA:2016:7761
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardig relaas en onvoldoende onderbouwing risico's terugkeer
Eiser, een Afghaanse minderjarige afkomstig uit Herat, verzocht asiel op grond van bedreigingen door familieleden en de Taliban. Hij stelde dat hij vanwege betrokkenheid bij een verkrachtingsincident en familieconflicten met de Taliban gevaar loopt bij terugkeer.
De staatssecretaris wees het asielverzoek af wegens ongeloofwaardigheid van het relaas en onvoldoende onderbouwing van het risico. De rechtbank oordeelde dat de geloofwaardigheidsbeoordeling conform de werkinstructie was uitgevoerd en dat de belangen van de minderjarige voldoende waren meegewogen.
De rechtbank vond het verhaal over het verkrachtingsincident en de dreiging van de Taliban niet aannemelijk, mede vanwege tegenstrijdigheden en gebrek aan bewijs. Ook het beroep op artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn faalde wegens het ontbreken van algemene informatie over het risico in Herat.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep op asiel wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig relaas en onvoldoende bewijs van risico bij terugkeer.