ECLI:NL:RVS:2014:658
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroepen vreemdelingen tegen intrekking verblijfsvergunning asiel
Bij besluiten van 21 augustus 2012 heeft de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd van twee vreemdelingen opnieuw ingetrokken. De rechtbank Den Haag verklaarde deze beroepen gegrond en vernietigde de besluiten. De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris zich voldoende deugdelijk heeft gemotiveerd dat de niet-geanonimiseerde publicatie op internet van het arrest van het Hof van Justitie van 17 februari 2009 geen aanleiding geeft tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel. De vreemdelingen hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij als gevolg van deze publicatie een reëel risico lopen op vervolging of een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
Verder overweegt de Afdeling dat individuele risicofactoren geen betekenis hebben voor de toepassing van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3, van de Vreemdelingenwet 2000, die bescherming biedt bij uitzonderlijke situaties van willekeurig geweld. De beroepen van de vreemdelingen worden daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.