Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
primair: tot betaling van a) smartengeld ad € 20.000, b) verlies aan inkomsten
ad € 34.029 en c) bijkomende kosten ad € 2.810,34;
subsidiair: tot betaling van het overwerk ad € 8.554 bruto, vermeerderd met de wettelijke verhoging en het geheel met de wettelijke rente over de respectieve vervaldata;