ECLI:NL:RBDHA:2016:6697
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Nederlands paspoort wegens ontbreken Nederlanderschap
Eiseres heeft op 6 mei 2015 een Nederlands paspoort aangevraagd, maar de aanvraag werd niet in behandeling genomen omdat zij niet de Nederlandse nationaliteit bezit. Dit besluit werd bevestigd in het bestreden besluit, waarop eiseres beroep instelde.
De kern van het geschil is dat eiseres meent dat zij via haar vader, die genaturaliseerd zou zijn, het Nederlanderschap heeft verkregen. Echter, het naturalisatiebesluit van haar vader bevatte een voorbehoud dat minderjarige kinderen zonder rechtmatig verblijf in Nederland of de Nederlandse Antillen en Aruba niet mede genaturaliseerd werden. Eiseres erkent dat zij geen rechtmatig verblijf had en dat haar moeder een andere nationaliteit bezit.
Eiseres stelde dat zij erop mocht vertrouwen het Nederlanderschap te hebben omdat haar eerder twee paspoorten waren verstrekt. De rechtbank oordeelde dat het vertrouwensbeginsel niet kan leiden tot verkrijging of behoud van het Nederlanderschap. Verder is vastgesteld dat de vader van eiseres het Nederlanderschap nooit heeft verkregen vanwege het gebruik van valse gegevens bij naturalisatie.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit voldoende gemotiveerd is en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het hoger beroep staat open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het Nederlands paspoort wordt ongegrond verklaard omdat eiseres niet de Nederlandse nationaliteit bezit.