Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 10 juni 2016 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
€ 4.504
Rechtbank Den Haag
Eiser, actief in de evenementenorganisatie, bracht werkzaamheden in rekening via een coöperatieve vereniging die hij mede had opgericht. De Belastingdienst kwalificeerde de vergoeding als loon uit een fictieve dienstbetrekking en legde een navorderingsaanslag op.
De rechtbank onderzocht of eiser als ondernemer kon worden aangemerkt op grond van zijn activiteiten binnen de coöperatie. Gelet op de feitelijke omstandigheden en de statutaire bepalingen oordeelde de rechtbank dat eiser geen onderneming dreef en geen zelfstandig beroep uitoefende.
De werkzaamheden voor 2010 werden feitelijk verricht voor een andere vennootschap, waardoor de vergoeding terecht als loon uit dienstbetrekking werd aangemerkt. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag gehandhaafd.