ECLI:NL:RBDHA:2016:6637
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen ondernemerschap lid coöperatieve vereniging voor inkomstenbelasting
Eiser was lid van een coöperatieve vereniging die evenementen organiseerde en stelde dat hij als ondernemer moest worden aangemerkt voor de inkomstenbelasting. Verweerder stelde dat eiser geen ondernemer was maar in een fictieve dienstbetrekking werkzaam was voor de coöperatie. De rechtbank onderzocht de aard van de activiteiten, het risico en de aansprakelijkheid van eiser.
De rechtbank stelde vast dat de coöperatieve vereniging zelfstandig rechtshandelingen verricht en dat het lidmaatschap op zich geen ondernemerschap impliceert. De activiteiten werden namens en voor rekening van de coöperatie uitgevoerd, en eiser was niet rechtstreeks verbonden voor de verbintenissen van de coöperatie. De vergoeding die eiser ontving was een vast bedrag en niet afhankelijk van de omzet.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen zelfstandig beroep uitoefent en dat de vergoeding terecht als loon uit een fictieve dienstbetrekking is aangemerkt. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en de navorderingsaanslagen werden gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslagen worden gehandhaafd.