ECLI:NL:RBDHA:2016:6636
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen ondernemerschap lid coöperatieve vereniging voor inkomstenbelasting
Eiser voerde werkzaamheden uit voor een coöperatieve vereniging die evenementen organiseert, waarbij hij stelde ondernemer te zijn voor de inkomstenbelasting. De rechtbank stelde vast dat de coöperatieve vereniging zelfstandig rechtshandelingen verricht en dat het lidmaatschap op zichzelf geen ondernemerschap oplevert.
De kernactiviteiten werden door de vereniging uitgevoerd en niet door eiser persoonlijk voor eigen rekening en risico. Hoewel eiser risico's liep zoals wanbetaling, was hij niet rechtstreeks verbonden aan de verbintenissen van de vereniging. De vergoeding die hij ontving werd terecht aangemerkt als loon uit een fictieve dienstbetrekking.
De rechtbank verwierp het beroep van eiser en verklaarde het ongegrond. De uitspraak bevestigt dat het lidmaatschap van een coöperatieve vereniging niet automatisch leidt tot ondernemerschap in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard; de vergoeding wordt als loon uit fictieve dienstbetrekking aangemerkt.