ECLI:NL:RBDHA:2016:6609
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Ghana wegens onvoldoende aannemelijkheid vervolgingsgevaar homoseksualiteit en voodoo
Eiser, een Ghanese nationaliteit dragende man die al 18 jaar illegaal in Nederland verblijft, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. De staatssecretaris wees dit verzoek af als kennelijk ongegrond, stellende dat Ghana een veilig land van herkomst is en eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij vervolging of ernstige schade te vrezen heeft vanwege zijn homoseksualiteit en de voodoo-praktijken binnen zijn familie.
De rechtbank oordeelde dat eiser weliswaar geloofwaardig was in zijn identiteit en seksuele geaardheid, maar zijn vrees voor voodoo-rituelen onvoldoende onderbouwd was. Ook was het niet aannemelijk dat hij in Ghana vervolgd zou worden vanwege zijn homoseksualiteit, mede omdat Ghana diverse mensenrechtenverdragen heeft geratificeerd en door meerdere EU-lidstaten als veilig land wordt beschouwd.
Daarnaast werd het beroep afgewezen omdat eiser onvoldoende emotionele banden met Nederland kon aantonen op grond van zijn lidmaatschap van een pinkstergemeente. Het opgelegde inreisverbod voor twee jaar werd eveneens bevestigd, waarbij de rechtbank oordeelde dat eiser voldoende gelegenheid had gehad om zijn individuele omstandigheden aan te voeren.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en het inreisverbod bevestigd.