ECLI:NL:RBDHA:2016:4582
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte PGB-fraude en witwassen wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Den Haag behandelde een strafzaak tegen verdachte die werd beschuldigd van valsheid in geschrift en witwassen in de context van PGB-fraude binnen het bedrijf van zijn ex-partner.
De tenlastelegging betrof het opmaken en gebruik van valse urenstaten, facturen en kasbewijzen voor zorg die niet was verleend, en het witwassen van de daarmee verkregen gelden. De officier van justitie stelde dat verdachte een belangrijke rol had in de administratie en wetenschap had van de fraude.
De verdediging betoogde dat verdachte niet intensief samenwerkte met zijn ex-partner en dat haar beschuldigingen onbetrouwbaar waren. Diverse getuigenverklaringen wezen uit dat verdachte slechts een beperkte rol had, voornamelijk als zorgverlener en met incidentele administratieve handelingen.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte te verbinden aan het opmaken of gebruiken van valse stukken. Ook voor het witwassen was geen overtuigend bewijs van wetenschap aanwezig. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van valsheid in geschrift en witwassen wegens onvoldoende bewijs voor zijn betrokkenheid.