ECLI:NL:RBDHA:2016:4269
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen verleende verblijfsvergunning asiel wegens gebrek aan procesbelang
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie waarbij hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend. Eiser betoogde dat het besluit in strijd is met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel en verwees naar de Europese Procedurerichtlijn.
De rechtbank overweegt dat volgens vaste jurisprudentie een belanghebbende slechts beroep kan instellen indien hij daardoor in een gunstiger rechtspositie kan komen. Omdat eiser reeds een verblijfsvergunning heeft ontvangen, ontbreekt het hem aan belang bij het beroep zolang deze vergunning geldig is.
De rechtbank verwijst naar artikel 46 van Pro de Procedurerichtlijn en de wetsgeschiedenis waaruit blijkt dat een beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien de verleende subsidiaire beschermingsstatus dezelfde rechten biedt als de vluchtelingenstatus. Ook het enkele verkrijgen van motivering geeft geen belang tot beroep.
Gelet hierop verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de verleende verblijfsvergunning asiel wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.