ECLI:NL:RBDHA:2016:3960
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij verblijf buitenland en bijstand
Eiser meldde zijn voornemen om van 30 oktober 2014 tot en met 28 januari 2015 in het buitenland te verblijven vanwege medische redenen. Verweerder stelde dat hij slechts 28 dagen per jaar met behoud van bijstand in het buitenland mag verblijven en sloot hem uit van bijstand voor de periode dat hij dit maximum overschreed. Eiser maakte bezwaar tegen deze mededeling, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief geen besluit was. Na een eerdere uitspraak en verzet werd het beroep voortgezet.
De rechtbank oordeelde dat eiser in 2014 niet langer dan 28 dagen in het buitenland verbleef en dat zijn bijstandsuitkering geen blijvende gevolgen had. Er was geen sprake van financiële of gezondheidschade door het kortere verblijf. Eiser wilde een principiële uitspraak dat hij gelijkgesteld wordt met pensioengerechtigden, die recht hebben op dertien weken verblijf met behoud van uitkering.
De rechtbank stelde dat zij niet bevoegd is om een algemene declaratoire uitspraak te doen over toekomstige wettelijke regelingen en dat een louter principieel belang onvoldoende is voor procesbelang. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard en is niet inhoudelijk op het geschil ingegaan.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.