ECLI:NL:RBDHA:2016:3845
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardige homoseksualiteit
Eiser, een Iraanse nationaliteit, diende een herhaalde asielaanvraag in die door verweerder werd afgewezen wegens ongeloofwaardige homoseksuele geaardheid. Eerder was een aanvraag afgewezen, waarna de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de homoseksualiteit geen nieuw feit was. De huidige aanvraag werd na aanvullend gehoor alsnog afgewezen met een inreisverbod.
Eiser stelde dat verweerder ten onrechte de geloofwaardigheid van zijn geaardheid in twijfel trok en dat hij door geïnternaliseerde homofobie niet in staat zou zijn hierover te verklaren. De rechtbank oordeelde dat verweerder met de Werkinstructie 2015/9 voldoende toetsingsmogelijkheden heeft geboden en dat eiser onvoldoende inzicht gaf in zijn bewustwordingsproces, ondanks zijn afkomst uit Iran waar homoseksualiteit niet wordt geaccepteerd.
De rechtbank verwierp het beroep en stelde dat eiser geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen. De aanvraag werd terecht kennelijk ongegrond verklaard en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardige homoseksualiteit wordt ongegrond verklaard.