ECLI:NL:RBDHA:2016:3069
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens niet voldoen aan cumulatieve voorwaarden buiten schuld niet kunnen vertrekken
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tot afwijzing van hun aanvraag voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld voor vreemdelingen die buiten hun schuld Nederland niet kunnen verlaten.
De rechtbank overweegt dat eisers geen ambtsbericht met positief zwaarwegend advies van de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) hebben overgelegd waaruit blijkt dat aan alle cumulatieve voorwaarden van paragraaf B8/4.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 wordt voldaan. Tevens is vastgesteld dat eisers niet hebben meegewerkt aan hun vertrek, een contra indicatie die ook in deze aanvraag terecht is meegewogen.
Eisers stelden dat de langdurige procedure en beleidswijzigingen nadelig voor hen waren, en dat zij tijdig assistentie van de DT&V hadden gevraagd. De rechtbank oordeelt dat verweerder niet verplicht was hen actief te informeren over beleidswijzigingen en dat ook onder het oude beleid niet aan de voorwaarden werd voldaan.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eisers niet voldoen aan de cumulatieve voorwaarden voor een verblijfsvergunning buiten schuld niet kunnen vertrekken.