Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 februari 2016 in de zaken tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [plaats] , verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil6.In geschil is of de navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen terecht en naar de juiste bedragen zijn opgelegd dan wel gegeven. Meer specifiek ligt de vraag voor of sprake is van omkering van de bewijslast. In het kader van de boeten ligt voorts de vraag voor of het aan (voorwaardelijk) opzet van eiseres is te wijten dat aanvankelijk te weinig belasting is betaald.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond voor zover die zien op de boetebeschikkingen;
- verklaart de beroepen voor het overige ongegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar voor zover die zien op de boetebeschikkingen;
- wijzigt de boetebeschikkingen en vermindert de boeten bij de navorderingsaanslagen voor de jaren 2006, 2007, 2008 en 2009 tot respectievelijk € 15.300, € 7.650, € 15.300 en € 15.300;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde gedeelten van de uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 331;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 45 aan eiser te vergoeden.