ECLI:NL:RBDHA:2016:2697
Rechtbank Den Haag
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding voor voorarrest na sepot wegens niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie
Verzoeker heeft een schadevergoeding gevraagd voor het door hem ondergane voorarrest en de gevolgen van een langdurige strafzaak die uiteindelijk werd geseponeerd wegens niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Hij verbleef twee nachten in voorarrest en vorderde een bedrag van €6.000,00, stellende dat hij aanzienlijke schade had geleden door de verdenking en onzekerheid.
De officier van justitie stelde primair afwijzing voor, stellende dat er geen gronden van billijkheid waren voor vergoeding, mede vanwege de ernstige verdenking van steun aan een terroristische organisatie. De rechtbank oordeelde dat ondanks de resterende verdenking en het sepot, er wel gronden van billijkheid zijn om een vergoeding toe te kennen voor het voorarrest.
De rechtbank hanteerde het forfaitaire systeem van vergoeding per nacht voorarrest en kende €210,00 toe voor twee nachten. Een hogere vergoeding voor immateriële schade of gevolgen van de verdenking werd afgewezen omdat deze niet onder artikel 89 Sv Pro vallen. Het verzoek tot een bovenforfaitaire vergoeding werd daarom afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank kent een forfaitaire schadevergoeding van €210 toe voor twee nachten voorarrest en wijst het verzoek voor een hogere vergoeding af.