ECLI:NL:RBDHA:2016:1819
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoek inzake verkeersboete
Eiser heeft een Wob-verzoek ingediend voor documenten met betrekking tot een verkeersboete opgelegd op grond van de Wahv. Verweerder maakte stukken deels openbaar en verklaarde het bezwaar tegen dit besluit niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht. Eiser stelde dat zijn repliek ten onrechte buiten beschouwing was gelaten en dat het beroep niet misbruik betrof.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte de repliek van eiser niet heeft betrokken bij de besluitvorming, maar dat dit gebrek kan worden gepasseerd omdat eiser niet in zijn belangen is geschaad. Vervolgens weegt de rechtbank de stellingen over misbruik van recht. Gelet op jurisprudentie en het procesgedrag van de gemachtigde, waaronder het indienen van identieke Wob-verzoeken en het oogmerk om dwangsommen en proceskosten te incasseren, acht de rechtbank het beroep misbruik van recht.
Verder overweegt de rechtbank dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de gevraagde aanvullende documenten noodzakelijk zijn en dat verweerder voldoende heeft voldaan aan het verzoek. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht.