ECLI:NL:RVS:2015:2995
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A. Hammerstein
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoek
Appellante verzocht het college om documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) met betrekking tot een verkeersboete. Het college verklaarde geen dwangsom verschuldigd te zijn en wees het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht, omdat het verzoek en beroep waren gericht op het incasseren van dwangsommen en proceskosten.
Appellante stelde dat de rechtbank ten onrechte tot dit oordeel kwam, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de gemachtigde van appellante bewust het Wob-verzoek gebruikte, terwijl hij bekend was met andere rechtsmiddelen om de gevraagde informatie te verkrijgen. Het procesgedrag bemoeilijkte de tijdige besluitvorming en wees op kwade trouw.
De Afdeling overwoog dat het recht op toegang tot de rechter beperkt mag worden bij misbruik van recht zonder strijd met het EVRM. Ook werd overwogen dat appellante via andere wettelijke bepalingen informatie kan opvragen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.