ECLI:NL:RBDHA:2016:17147
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking verblijfsvergunning en oplegging inreisverbod wegens openbare orde
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling die sinds 1986 rechtmatig in Nederland verblijft en sinds 2001 een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd bezit, werd geconfronteerd met de intrekking van zijn vergunning en een inreisverbod van tien jaar vanwege meerdere veroordelingen voor ernstige misdrijven.
De staatssecretaris heeft het besluit genomen op grond van artikel 3.86 van het Vreemdelingenbesluit 2000, waarbij vooral de recidive en de ernst van de gepleegde geweldsdelicten uit 1999, 2000 en 2015 werden meegewogen. Eiser voerde aan dat het besluit onterecht was omdat er geen actueel gevaar voor de openbare orde zou zijn en dat het inreisverbod in strijd zou zijn met het EVRM en het Zambrano-arrest.
De rechtbank oordeelde dat het gevaar voor de openbare orde daadwerkelijk en actueel is, mede vanwege de recente veroordeling en het feit dat eiser verslaafd is en geen hulp accepteert, waardoor recidive waarschijnlijk blijft. De belangenafweging volgens artikel 8 EVRM Pro leidde tot de conclusie dat het algemene belang van Nederland zwaarder weegt dan het persoonlijke belang van eiser.
Daarom werd het beroep tegen het inreisverbod ongegrond verklaard en het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang zolang het inreisverbod geldt.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk.