Uitspraak
ECHTBANK DEN HAAG
[de man] ,
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. R. Kouwenhoven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2016.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een minderjarige Eritrese asielzoeker, diende een asielaanvraag in Nederland in nadat hij eerder een verzoek om internationale bescherming had ingediend in Zweden. De Nederlandse staatssecretaris besloot het verzoek niet in behandeling te nemen op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Zweden verantwoordelijk werd geacht volgens de Dublinverordening.
De Zweedse autoriteiten weigerden aanvankelijk het terugnameverzoek, maar na een nieuw verzoek, mede gebaseerd op een positief deskundigenadvies van Nidos, werd het claimverzoek alsnog ingewilligd. Eiser verzette zich tegen overdracht, stellende dat zijn belangen onvoldoende waren meegewogen en dat hij geen vertrouwen had in de Zweedse autoriteiten.
De rechtbank oordeelde dat het belang van de minderjarige bij hereniging met zijn vader in Zweden voorop staat en dat het deskundigenadvies van Nidos als betrouwbaar wordt beschouwd. De bezwaren van eiser wogen niet zwaarder dan het uitgangspunt van hereniging. Er was geen aanleiding om de overdracht op te schorten of het beroep gegrond te verklaren.
De rechtbank wees het beroep af en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van de minderjarige asielzoeker tegen overdracht aan Zweden wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.