ECLI:NL:RVS:2013:1220
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt alsnog verblijfsvergunning na onjuiste afwijzing en overdracht aan Italië
De vreemdeling, een niet-begeleide minderjarige zonder gezinsleden die zich wettig in een lidstaat bevinden, diende op 28 november 2011 een asielaanvraag in Nederland in. De minister wees deze aanvraag bij besluit van 27 februari 2012 af en droeg de vreemdeling over aan Italië. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat op grond van artikel 6, tweede alinea, van Verordening (EG) 343/2003, zoals uitgelegd in het arrest van het Hof van Justitie (C-648/11), de lidstaat verantwoordelijk is waar de niet-begeleide minderjarige zich bevindt nadat hij een asielverzoek heeft ingediend. De staatssecretaris had het verzoek daarom niet mogen afwijzen en de vreemdeling niet mogen overdragen aan Italië.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en het besluit van de minister en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten. De zaak wordt terugverwezen zodat het asielverzoek inhoudelijk kan worden behandeld.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd.