ECLI:NL:RBDHA:2016:16838
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvraag wegens niet voldoen aan inburgeringsvereiste ondanks cognitieve beperkingen
Eiseres, een Marokkaanse vrouw, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar echtgenoot in Nederland te verblijven. Zij vroeg ontheffing van het inburgeringsvereiste vanwege haar analfabetisme, cognitieve beperkingen en psychische klachten. Verweerder wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank overwoog dat volgens het arrest van het Hof van Justitie en de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak een derdelander ontheffing kan krijgen als het inburgeringsexamen onmogelijk of uiterst moeilijk is vanwege objectieve omstandigheden. Verweerder had echter voldoende gemotiveerd dat eiseres ondanks haar beperkingen het examen kan afleggen en dat zij geen inspanningen heeft verricht om zich voor te bereiden of het examen af te leggen.
De rechtbank oordeelde dat de belangenafweging van verweerder, ook met betrekking tot het gezinsleven en de belangen van de kinderen, redelijk was. De stelling dat de echtgenoot oud is en niet naar Marokko kan verhuizen was onvoldoende onderbouwd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard omdat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij het inburgeringsexamen niet kan afleggen.