ECLI:NL:RBDHA:2016:16608
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel en erkenning geen automatisch Nederlanderschap
Eiser, geboren in 1996, stelde dat hij van rechtswege het Nederlanderschap had verkregen door een beschikking van de rechtbank Amsterdam waarin het vaderschap van een Nederlander werd vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat omdat eiser meerderjarig was ten tijde van deze beschikking, hij niet automatisch Nederlander werd volgens artikel 3 en Pro 4 van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). Eiser had geen naturalisatieverzoek ingediend zoals bedoeld in artikel 7 RWN Pro.
Daarnaast voerde eiser aan dat het gebruik van handboeien tijdens transport onrechtmatig was, maar de rechtbank stelde vast dat handboeien alleen tijdens het strafrechtelijke traject waren gebruikt, wat niet ter beoordeling stond in deze bestuursrechtelijke procedure.
De rechtbank achtte de vrijheidsontnemende maatregel gerechtvaardigd op grond van meerdere feiten, waaronder het onttrekken aan toezicht, het niet naleven van vertrektermijnen en het ontbreken van een vaste verblijfplaats. Het zicht op uitzetting naar Suriname werd niet uitgesloten, mede omdat eiser onvoldoende meewerkte aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit.
Ten slotte verwierp de rechtbank het standpunt van eiser dat een lichter middel had moeten worden toegepast, aangezien eiser zich niet aan de vertrektermijn had gehouden en ook vanuit detentie een reisdocument kon aanvragen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.