ECLI:NL:RBDHA:2016:16256
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel na bescherming in Italië
Eiseres had een eerdere asielaanvraag gedaan die was afgewezen omdat Italië haar internationale bescherming had verleend. Bij een opvolgende aanvraag werd deze niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000. Eiseres stelde dat de bescherming in Italië onvoldoende was en dat uitzetting naar Italië een schending van mensenrechten zou opleveren, met name artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU.
De rechtbank oordeelde dat de vertaling van de toezegging van Italië voldoende was en dat er voldoende garantie was op verlenging van de bescherming. De aanwezigheid van minderjarige kinderen met de Nederlandse nationaliteit leidde niet tot een ander oordeel, mede omdat de kinderen zeer jong zijn en eiseres geen verblijfsvergunning in Nederland had gehad. Het bandencriterium werd toegepast, waarbij het ontbreken van sterke banden met Nederland werd vastgesteld.
Verder wees de rechtbank het beroep af dat verweerder ambtshalve artikel 8 EVRM Pro had moeten toetsen, omdat dit niet mogelijk is in de procedure van een niet-ontvankelijkverklaring. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres werd onmiddellijk vertrek naar Italië aangezegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.