Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 15 december 2016 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
Procesverloop
.
Overwegingen
Inhoudelijk stelt eiser louter als katvanger te hebben gefungeerd. Hij verrichtte de money transfers voor vrienden en kennissen tegen contante betaling van maximaal € 30,- per transactie of met als tegenprestatie een traktatie. Eiser stelt dat de gelden ter overboeking zo kort in zijn bezit zijn geweest dat ze niet aan hem kunnen worden toegerekend. Volgens eiser rechtvaardigen deze transacties en de inkomsten hieruit niet dat de uitkering over de periode in geding wordt ingetrokken en teruggevorderd. Eiser stelt voorts dat verweerder ten onrechte geen onderscheid heeft gemaakt tussen de maanden waarin wel en waarin geen transacties hebben plaatsgevonden. Verweerder had in ieder geval moeten afzien van intrekking en terugvordering van de bijstand over de maanden waarin geen transacties hebben plaatsgevonden. Daarnaast stelt eiser dat de bedragen die verweerder koppelt aan de overboekingen niet juist zijn. Zoals hij in zijn verklaring van 20 mei 2015 reeds naar voren heeft gebracht gaat het om overboekingsbedragen van € 600,- en € 800,-.
€ 30,- per overboeking kreeg heeft hij dan ook niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank benadrukt dat eiser door het nalaten een administratie of boekhouding bij te houden zelf het risico heeft genomen dat hij achteraf niet meer zou beschikken over bewijsstukken om zijn gelijk aan te tonen. Hij heeft die bewijsnood over zichzelf afgeroepen door de transacties niet bij verweerder te melden.