ECLI:NL:RBDHA:2016:15301
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sluitingsbesluit horeca-inrichting wegens drugshandel
Verzoekster, exploitant van een horeca-inrichting, kreeg op 14 oktober 2016 een sluitingsbesluit opgelegd door de burgemeester van Den Haag voor drie maanden wegens vermoedens van drugshandel. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zittingen op 9 november en 9 december 2016 werden camerabeelden besproken die relevant waren voor het besluit. De beelden waren aanvankelijk niet beschikbaar in een geschikte vorm, waardoor het onderzoek werd geschorst. Uiteindelijk werden de ongeblurde beelden alsnog getoond, maar de sluitingsperiode was toen al voor tweederde verstreken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er onverwijlde spoed was om een voorlopige voorziening te treffen, mede vanwege het belang van verzoekster die inkomsten misliep in een drukke periode. De rechter gaf geen voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het besluit, maar schorst het besluit tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de horeca-inrichting is geschorst en het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen.