Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 december 2016 in de zaak tussen
[eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Legaat
Rechtbank Den Haag
In deze zaak betwist eiseres de aanslag erfbelasting die is opgelegd naar aanleiding van het overlijden van haar broer, waarbij zijn echtgenote als enig erfgenaam is aangewezen en zijzelf een legaat heeft ontvangen. Eiseres stelt dat het verschil in vrijstelling tussen partners en overige verkrijgers in de Successiewet 1956 strijdig is met het EVRM, met name het gelijkheidsbeginsel, en dat de aanslag daarom geen wettelijke grondslag heeft.
De rechtbank oordeelt dat eiseres en de echtgenote niet als gelijke gevallen kunnen worden beschouwd, omdat eiseres slechts legataris is en geen erfgenaam. De rechtbank wijst erop dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij fiscale regelgeving en dat het verschil in vrijstellingen niet als discriminatie kan worden aangemerkt. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat de belastingheffing voor eiseres een individuele buitensporige last vormt.
Verder is het verzoek van eiseres om een niet-geanonimiseerd afschrift van de aangifte erfbelasting afgewezen, omdat zij geen belang heeft bij het verkrijgen hiervan, gezien het reformatio in peius-beginsel. De rechtbank bevestigt dat de aanslag en de belastingrente terecht en op het juiste bedrag zijn vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag erfbelasting.