ECLI:NL:RBDHA:2016:14674
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvragen op grond van Dublinverordening en geen nieuwe feiten
Eisers, met de Servische nationaliteit, hebben meerdere keren asiel aangevraagd in Nederland. Hun eerste aanvragen werden afgewezen omdat België verantwoordelijk werd gehouden voor de behandeling. Dit werd bevestigd door eerdere rechterlijke uitspraken en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De tweede aanvragen werden eveneens afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden (nova). Eisers werden daarop overgedragen aan België. De derde aanvragen werden niet in behandeling genomen met toepassing van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat België nog steeds verantwoordelijk was volgens de Dublinverordening.
Verweerder stelde dat het claimakkoord met België nog steeds van kracht was, ondanks dat eisers voor de overdracht zijn vertrokken. De rechtbank oordeelde dat eisers geen nieuwe feiten of omstandigheden hadden aangevoerd die tot een andere beoordeling zouden moeten leiden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorzieningen werden afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de opvolgende asielaanvragen worden ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen.