Uitspraak
Rechtbank den haag
,
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een onderneming in handel van tuinhout, had bij Nationale-Nederlanden een bedrijfsschadeverzekering afgesloten. Bij de aanvraagformulieren werd gevraagd naar het strafrechtelijk verleden van de aanvrager, waarbij steeds ontkennend werd geantwoord. Later bleek dat de bedrijfsleider en aanvrager eerder was veroordeeld voor mishandeling en een overtreding van de Opiumwet, en ook recent was aangehouden maar geseponeerd.
Na een brand in het bedrijfspand weigerde Nationale-Nederlanden de schadevergoeding op grond van schending van de mededelingsplicht vanwege onjuiste antwoorden op de vragen over het strafrechtelijk verleden. Eiseres vorderde in kort geding een voorschot op de verzekeringsuitkering.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de vordering onvoldoende aannemelijk was, omdat het onzeker was hoe de bodemrechter zou oordelen over de gevolgen van de onjuiste beantwoording. Ook werd meegewogen dat de financiële situatie van eiseres slecht was, wat een restitutierisico met zich meebrengt. De vordering werd daarom afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot voorschot op verzekeringsuitkering wegens onjuiste beantwoording strafrechtelijke vragen wordt afgewezen.