ECLI:NL:RBDHA:2016:13724
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep na vermindering naheffingsaanslag BPM tot nihil en afwijzing integrale proceskostenvergoeding
Eiseres had beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag BPM opgelegd door de Belastingdienst. Tijdens de procedure heeft de inspecteur de naheffingsaanslag ambtshalve verminderd tot nihil, waardoor eiseres geen belang meer had bij voortzetting van het beroep.
De rechtbank stelde vast dat eiseres noch haar gemachtigde bij de zitting aanwezig waren, terwijl de gemachtigde pas vlak voor de zitting per fax had gemeld niet te verschijnen en een pleitnota had meegestuurd. Vanwege de late ontvangst kon de rechtbank deze pleitnota niet in haar overwegingen betrekken.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de naheffingsaanslag niet-ontvankelijk omdat eiseres geen belang meer had. Tevens wees de rechtbank het verzoek om een integrale proceskostenvergoeding af, omdat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren die een afwijking van de forfaitaire vergoeding rechtvaardigen.
De uitspraak werd gedaan door rechter E. Kouwenhoven op 17 november 2016 en is openbaar. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Beroep tegen naheffingsaanslag niet-ontvankelijk verklaard en verzoek om integrale proceskostenvergoeding afgewezen.