ECLI:NL:RBDHA:2016:13286
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening boetebesluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een boete die hem door het UWV is opgelegd omdat hij niet had doorgegeven dat hij via een uitzendbureau had gewerkt. Na afwijzing van het bezwaar en het niet instellen van beroep, verzocht eiser later om terug te komen op het besluit. Dit verzoek werd door verweerder afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.
De rechtbank heeft onderzocht of het verzoek om terug te komen correct was ingediend en of er sprake was van nieuwe feiten. De rechtbank oordeelde dat de brief van eiser als bezwaarschrift moest worden aangemerkt, ondanks het ontbreken van een schriftelijke bevestiging, omdat eiser daartoe niet in de gelegenheid was gesteld.
Echter, de rechtbank concludeerde dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet nieuw waren en reeds bij verweerder bekend waren. Daarom was er geen grond om het oorspronkelijke besluit te herzien. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om niet terug te komen op de boete wordt ongegrond verklaard.