ECLI:NL:RBDHA:2016:13231
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- O. van der Burg
- K.M. Braun
- H.W. Vogels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende partijdigheid bij getuigenverhoor
In deze zaak vordert verzoeker betaling van de helft van een aflossing van een geldlening die hij aan zijn ex-echtgenote heeft gedaan. Tijdens een getuigenverhoor bij de kantonrechter, waarbij de vader van verzoeker werd gehoord, diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter vanwege het toelaten van een vraag over het inkomen van de getuige uit 2010.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en beoordeeld of de kantonrechter onpartijdig heeft gehandeld. De kantonrechter stelde dat het toelaten van de vraag een normale processuele beslissing was en niet onbehoorlijk of suggestief. De wrakingskamer oordeelde dat een rechter uit hoofde van zijn functie wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat alleen uitzonderlijke omstandigheden tot wraking kunnen leiden.
De wrakingskamer concludeerde dat het toelaten van de vraag geen zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid oplevert en dat verzoeker onvoldoende heeft onderbouwd dat de beslissing onbegrijpelijk was. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen. Tevens werd geen wrakingsverbod opgelegd, ondanks het verzoek daartoe door de kantonrechter.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van partijdigheid.