ECLI:NL:RBDHA:2016:13074
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier 8 EVRM wegens ontbreken geldige machtiging tot voorlopig verblijf
Eiseres, een Marokkaanse vrouw, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier 8 EVRM/humanitair. De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), een vereiste volgens het Vreemdelingenbesluit 2000. Verweerder stelde dat geen sprake was van een schending van artikel 8 EVRM Pro en dat de hardheidsclausule niet van toepassing was.
De rechtbank oordeelde dat tussen eiseres en haar kinderen weliswaar sprake is van familieleven, maar dat de emotionele banden niet zodanig sterk zijn ('more than normal emotional ties') om vrijstelling van het mvv-vereiste te rechtvaardigen. De kinderen wonen al lange tijd gescheiden van eiseres in Nederland, met eigen gezinnen en zelfstandige woonplaatsen. De psychische problemen van eiseres als gevolg van de scheiding waren onvoldoende om een ander oordeel te rechtvaardigen.
Ook het beroep op de hardheidsclausule faalde, omdat eiseres onvoldoende had onderbouwd dat terugkeer naar Marokko onhoudbaar zou zijn en er geen medische noodsituatie was. Het beroep op schending van de hoorplicht werd eveneens verworpen omdat het horen in bezwaar redelijkerwijs geen ander besluit zou opleveren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning regulier 8 EVRM wordt ongegrond verklaard.