ECLI:NL:RBDHA:2016:12776
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Ongewenstverklaring vreemdeling wegens gevaar openbare orde en gezinsleven niet geschonden
Eiser, een Angolese nationaliteit bezittende vreemdeling zonder verblijfsvergunning, werd ongewenst verklaard op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat hij een gevaar vormt voor de openbare orde. Dit volgde op zijn veroordeling tot twee maanden gevangenisstraf voor het bezit van een vals identiteitsbewijs en zijn overdracht aan Frankrijk op basis van de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat de ongewenstverklaring onterecht was, onder meer omdat het arrest Zh. en O. van het Hof van Justitie van de EU en prejudiciële vragen over afgeleid verblijfsrecht van een ouder aan een Unieburger-kind niet zijn toegepast, en dat de maatregel strijdig zou zijn met artikel 8 EVRM Pro inzake gezinsleven.
De rechtbank oordeelde dat de Terugkeerrichtlijn niet van toepassing was omdat eiser reeds was overgedragen aan Frankrijk, waardoor de nationale ongewenstverklaring terecht werd toegepast. Het beroep op het arrest Zh. en O. en de prejudiciële vragen faalde omdat de kinderen van eiser geen Unieburgerstatus hadden. De rechtbank vond dat verweerder alle relevante belangen had meegewogen en dat de inmenging in het gezinsleven gerechtvaardigd was, mede gelet op het ontbreken van rechtmatig verblijf en het misdrijf.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en de maatregel blijft van kracht.