Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
- 20 februari 2014 (pro forma),
- 23 september 2015 (pro forma),
- 19 september 2016 (inhoudelijk) en
- 28 september 2016 (inhoudelijk en sluiting onderzoek ter terechtzitting).
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft verdachte schuldig bevonden aan het medeplegen van het opzettelijk buiten Nederland brengen van twee grote partijen hennep naar het Verenigd Koninkrijk in oktober en september 2013. Verdachte was chauffeur van de transporten en speelde ook een rol in de voorbereiding door proefoversteken te maken en te evalueren met organisatoren.
Het bewijs bestond uit verklaringen, observaties, verhoren en proces-verbalen van politieonderzoek. Verdachte heeft bekend en geen bewijsverweer gevoerd. De rechtbank achtte de strafbaarheid van de feiten en de verdachte bewezen en wees op de maatschappelijke onaanvaardbaarheid van hennephandel vanwege de schadelijke effecten en de relatie met vermogens- en geweldscriminaliteit.
De rechtbank hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn beperkte rol, geen eerdere strafrechtelijke contacten, gezondheidsproblemen en financiële situatie. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 15 maanden op, met aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis. Verbeurdverklaring van niet in beslag genomen geld werd afgewezen omdat het niet kon worden uitgeleverd.
De straf is in overeenstemming met de ernst van de feiten en vergelijkbare zaken. De voorlopige hechtenis werd opgeheven. De rechtbank verwierp het standpunt van de verdediging dat een taakstraf passend zou zijn en benadrukte de cruciale rol van verdachte als chauffeur in het voltooien van het delict.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van drugssmokkel van hennep.