ECLI:NL:RBDHA:2016:12268
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter in civiele procedure
In deze zaak dienden verzoekers een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter in een civiele procedure bij de rechtbank Den Haag. Zij stelden dat de kantonrechter partijdig zou zijn vanwege het gelasten en doorgaan van een comparitie van partijen, ondanks dat zij meenden dat de zaak al voldoende was toegelicht. Tevens werd een fout van een griffiemedewerker aangevoerd als reden voor gebrek aan vertrouwen.
De kantonrechter had een comparitie van partijen gelast om nadere inlichtingen te verkrijgen en een mogelijke schikking te beproeven. Tijdens de comparitie werd ook de bejegening door de gemachtigde van de tegenpartij besproken. De wrakingskamer overwoog dat beslissingen van procedurele aard, zoals het gelasten van een comparitie, in principe geen grond voor wraking vormen tenzij deze onbegrijpelijk zijn en wijzen op vooringenomenheid.
De wrakingskamer concludeerde dat de kantonrechter onpartijdig is en dat de vrees van verzoekers voor vooringenomenheid niet objectief gerechtvaardigd is. Ook de fout van de griffiemedewerker kon niet leiden tot het oordeel dat de kantonrechter partijdig is. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen en het proces wordt voortgezet.