De rechtbank Den Haag heeft op 1 september 2016 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar. De vergunning betrof het gebruiken van gronden in strijd met het bestemmingsplan voor de realisatie van drie zorgvilla's. Omwonenden hadden beroep ingesteld tegen het besluit dat hun bezwaren ongegrond verklaarde.
De rechtbank beoordeelde onder meer of de aanvraag tijdig en correct was ingediend, of wijzigingen in de aanvraag van ondergeschikte aard waren, en of de belangenafweging door het bestuursorgaan zorgvuldig was gemaakt. De rechtbank oordeelde dat de wijzigingen van ondergeschikte aard waren en dat de omwonenden voldoende gelegenheid hadden gehad hun zienswijzen kenbaar te maken.
Verder werd de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid toegepast voor onder meer de bouwhoogte en de overschrijding van het bouwvlak. De rechtbank vond dat de afwijkingen binnen de planregels vielen en dat de belangen van derden niet onevenredig werden geschaad. Ook de cultuurhistorische toetsing en het stedenbouwkundig belang werden meegewogen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de vergunning gehandhaafd.