ECLI:NL:RBDHA:2016:11383
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen DNA-afname gegrond wegens transactie en bijzondere omstandigheden
De rechtbank Den Haag behandelde het bezwaar van veroordeelde tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel op grond van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Veroordeelde was veroordeeld voor mishandeling en had een taakstraf van 40 uren opgelegd gekregen, met een schadevergoeding die in termijnen mocht worden betaald.
De DNA-afname vond plaats na een bevel van de officier van justitie, ondanks dat de zaak aanvankelijk middels een transactie was afgedaan. Veroordeelde stelde dat hij de schadevergoeding niet ineens kon betalen en daarom de zaak alsnog aan de rechter voorlegde, wat leidde tot de DNA-afname.
De rechtbank oordeelde dat de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden niet van toepassing is na een transactie en dat het bepalen en verwerken van het DNA-profiel in dit geval niet van belang is voor toekomstige opsporing of vervolging. Gezien het eenmalige karakter van het incident en het blanco strafblad van veroordeelde, werd het bezwaar gegrond verklaard en werd vernietiging van het celmateriaal bevolen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel is gegrond verklaard en het celmateriaal wordt vernietigd.