ECLI:NL:RBDHA:2016:11244
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitkering uit ongevallenverzekering kwalificeert als loon uit dienstbetrekking
Eiser liep in 2010 buiten werktijd een dwarslaesie op en ontving in 2014 een ongevallenuitkering uit een door zijn werkgever afgesloten werknemersverzekering met 24-uurs dekking. De uitkering werd onder inhouding van loonheffing uitbetaald en opgenomen in de belastingaangifte van eiser.
De kern van het geschil betrof de kwalificatie van deze uitkering: eiser stelde dat het een schadevergoeding was en geen loon, mede omdat hij niet wist van de verzekering en geen afdwingbaar recht had. De rechtbank oordeelde dat de uitkering wel degelijk onderdeel is van de arbeidsvoorwaarden en daarmee loon uit dienstbetrekking, ook zonder expliciete vermelding in de arbeidsovereenkomst.
Met verwijzing naar het Smeerkuilarrest concludeerde de rechtbank dat er sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor de immateriële schadevergoeding voortvloeit uit de dienstbetrekking. De omkeerregeling van de Wet LB maakt dat de uitkering in de heffing moet worden betrokken. Omdat niet is gebleken dat de werkgever had gekozen voor de overgangsregeling van artikel 39c Wet LB, is het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de ongevallenuitkering als loon uit dienstbetrekking moet worden belast en verklaart het beroep ongegrond.