ECLI:NL:RBDHA:2016:11211
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering fysiotherapeut tot wedertewerkstelling na ontzegging toegang penitentiaire inrichting
De zaak betreft een fysiotherapeut die sinds jaren in een penitentiaire inrichting (PI) voor vrouwen werkzaam was. Na een klacht van een gedetineerde over ongepaste handelingen tijdens een behandeling werd hem op 28 januari 2016 voor onbepaalde tijd de toegang tot de PI ontzegd. De fysiotherapeut vorderde in kort geding wedertewerkstelling en een voorschot op schadevergoeding.
De rechtbank stelt vast dat er geen dienstverband bestaat tussen de fysiotherapeut en de PI, maar dat er wel een samenwerkingsovereenkomst is. Hoewel de fysiotherapeut stelt dat de ontzegging onterecht is en dat er geen eigen onderzoek door de PI is verricht, oordeelt de rechtbank dat de ordemaatregel gerechtvaardigd is gezien de aard van de klacht en de belangen van de inrichting en gedetineerden. Ook na overplaatsing van de klagende gedetineerde blijft de maatregel proportioneel.
De vordering tot betaling van een voorschot op schadevergoeding wordt eveneens afgewezen omdat niet aannemelijk is dat de PI onrechtmatig heeft gehandeld. De fysiotherapeut wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. G.P. van Ham en op 14 juli 2016 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vorderingen van de fysiotherapeut tot wedertewerkstelling en schadevergoeding worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.