ECLI:NL:RBDHA:2016:10944
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing mvv nareis pleegdochter wegens onvoldoende motivering gezinsband
Eiseres, een minderjarige Eritrese vrouw, heeft een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd om zich bij haar pleegvader (referent) in Nederland te voegen. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat niet aannemelijk zou zijn dat er een feitelijke gezinsband bestond. De rechtbank oordeelt dat verweerder de aanvraag niet op de juiste wijze heeft getoetst, aangezien niet in geschil is dat eiseres vanaf 2010 tot het vertrek van referent uit Eritrea bij hem en zijn gezin woonde en door hem werd onderhouden.
De rechtbank stelt vast dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiseres niet tot het gezin van referent behoorde, terwijl het beleid en de wet voorschrijven dat de toetsing moet uitgaan van het feitelijk behoren tot het gezin ten tijde van het vertrek. Verweerder heeft zich ten onrechte gericht op de vraag of de biologische moeder voor eiseres kon zorgen, terwijl dit niet de relevante toets is.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Eiseres wordt vrijgesteld van griffierecht en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van € 992,-.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.