Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
€ 1.250.000,-- per aanspraak.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een voormalig zelfstandig ondernemer in bloemsierkunst en plateel, liep tijdens een muziekfestival letsel op door een val over losliggende kabels. De Stichting die het festival organiseerde had een evenementenverzekering bij Nationale-Nederlanden, die aansprakelijkheid erkende. Eiser vorderde een nader voorschot van € 100.000 wegens gederfde inkomsten en andere schadeposten, omdat hij in financiële problemen was geraakt door het niet nakomen van huurbetalingen door een huurder.
Nationale-Nederlanden voerde verweer en stelde dat eiser niet-ontvankelijk was omdat hij de verzekerde, de Stichting, niet tijdig in het geding had opgeroepen zoals vereist onder art. 7:954 lid 6 BW Pro. De rechtbank oordeelde dat de Stichting belang had bij oproeping vanwege de omvang van de verzekerde som en de aard van de schade. Bovendien is een kort gedingprocedure niet geschikt om het verzuim te herstellen.
Daarnaast was de vordering in kort geding niet toewijsbaar omdat het bestaan van de vordering niet voldoende aannemelijk was en er geen onmiddellijke spoedeisendheid bestond. Nationale-Nederlanden betwistte de omvang van de schade en stelde dat nader onderzoek noodzakelijk is, waarvoor een bodemprocedure geschikt is. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige oproeping van de verzekerde en veroordeeld in de proceskosten.